Al heel lang wil ik een verwondering schrijven voor deze website. Vaak genoeg heb ik mij verwonderd, maar nooit heb ik de tijd genomen om deze op papier te zetten. Tot vandaag, want voor mijn gevoel was mijn verwondering nooit eerder zo groot! Echt, dit is ongelooflijk.
Afgelopen maandag ben ik met mijn moeder naar een tuincentrum geweest, ja inderdaad, op tweede paasdag. Daar liep ik hele lieve oranje viooltjes tegen het lijf en ik zag ze al helemaal op mijn vensterbank voor mijn huisje pronken. Twee mooie (eigenlijk iets te dure, maar vooruit) houten plantenkistjes erbij gekocht en ik kon aan de slag.
Er zaten tien kleine plantjes in de grootverpakking viooltjes die ik had gekocht en de twee houten kistjes boden plaats voor acht. De overige twee wilde ik in eerste instantie bij mijn ouders in het bos planten, maar moeders kwam met een leuk mandje aangelopen. Omdat ik al een aantal keer verliefd naar de vergeet-me-nietjes had gelonkt, besloot mijn moeder ook een vergeet-me-nietje uit de grond te trekken voor bij de twee overgebleven viooltjes in het mandje. Het geheel zag er erg schattig uit.
Blij vertrok ik met mijn nieuwe aanwinsten weer richting Amsterdam. Daar de mooie nieuwe witte kistjes met de viooltjes op de vensterbank gezet en het mandje kon precies op het elektriciteitskastje naast mijn voordeur. Van mijn vader had ik een stuk ijzerdraad meegekregen en krammetjes om ze aan het kozijn te bevestigen. Echter ontbrak het me aan tijd om dat direct te doen. Met een vriendin ging ik hardlopen en ik liet de bloemetjes onbewaakt achter. In mijn ogen moest dat, in de buurt waarin ik woon, toch zeker kunnen. Gelukkig stond alles er nog toen we terugkwamen.
Ook later wanneer we terugkomen van het eten staan de plantjes er nog ongedeerd. Het werd ondertussen schemerig buiten, dus de vriendin stelt voor om de bakken voor de zekerheid deze eerste nacht binnen te halen. Ik twijfel, omdat ik vind dat het moet kunnen, maar aan de andere kant zou ik niet willen dat ze wegwaren! Ik besluit de bakken naar binnen te halen, maar het mandje, als een soort van test, te laten staan.
We zitten nog geen uur binnen als ik wat geritsel hoor buiten. Ik ren naar het raam…en zie dat het mandje is verdwenen!! “Dit meen je niet?!” roep ik verontwaardigd uit naar mijn vriendin op de bank. Ik ben serieus ontzet dat dit is gebeurd en besluit een briefje te schrijven om te vragen of degene die mijn (nieuwe) plantje heeft meegenomen, deze a.u.b. weer terug wil zetten. Baadt het niet, dan schaadt het niet.
Jullie raden het waarschijnlijk al …de volgende dag kom ik aangefietst het mandje staat er weer! Gelukkig, woon ik tóch in een goeie buurt! Of lag het aan de vergeet-me-nietjes?
Natuurlijk het thuisfront en de vriendin ge-sms’t dat het mandje weer terecht is. Sta ik vanmorgen mijn tanden te poetsen, wordt er aangebeld. Verbaasd over het vroege tijdstip doe ik open. Een buurtbewoner die ik niet ken, staat net op het punt weer weg te lopen. Hij draait zich om en roept blij “Je plantje is weer terecht he?!”. “Ja, ben erg blij!” roep ik terug. Hij komt naar me toegelopen en adviseert me om het mandje vast te zetten. Nauwgezet legt hij uit hoe en waar ik het touwtje vast zou kunnen maken. Ik bedank hem vriendelijk voor zijn tip en beloof dat ik dat zal doen.
Ik ging er meteen vanuit dat dit de ‘dader’ was, maar als ik even later op de fiets zit, bedenk ik me dat het natuurlijk ook gewoon een betrokken buurtbewoner kan zijn die mijn briefje heeft gelezen… maar zou je dan aanbellen?